Met dank aan © 1997-1998 Stichting Beter Zien
OPTISCHE OOGPROBLEMEN
Het komt regelmatig voor dat bij één of beide ogen bepaalde fouten in het optische
systeem optreden waardoor iemand niet alles even goed ziet. De vier meest voorkomende
optische problemen zijn: bijziendheid, verziendheid, astigmatisme en ouderdomsverziendheid.
BIJZIENDHEID (MYOPIE)
Mensen die bijziend zijn (in optische termen myoop) kunnen dichtbij goed zien,
maar in de verte zien ze niet scherp. Bijziendheid uit
zich vaak
in het knijpen met de ogen of het steeds dichter bij de TV gaan zitten. Bijziendheid
is geen ziekte, maar een brekingsfout in het optische systeem. Omdat het brekend
vermogen van hoornvlies en lens samen te sterk is valt het snijpunt (brandpunt)
van de lichtstralen vóór het netvlies, met als gevolg een onscherp beeld. Negatieve
brillenglazen of contactlenzen verleggen het beeld naar achteren, zodat men
ondanks die brekingsfout toch weer scherp kan zien.
Op de animatie is te zien
dat het snijpunt van de lichtstralen vóór in plaats van óp het netvlies valt.
Op de foto zien we wat het effect is: het bord op de voorgrond is scherp, maar
de achtergrond is bij deze afwijking juist onscherp.
VERZIENDHEID (HYPERMETROPIE)
Bij verziendheid, ook wel hypermetropie genoemd, is precies het omgekeerde aan
de hand als hiervoor. Het brekend vermogen is
nu te zwak waardoor het snijpunt
van de lichtstralen achter het netvlies terecht komt en er eveneens een onduidelijk
beeld ontstaat. Verzienden kunnen dichtbij niet scherp zien, maar in de verte
dikwijls wel. Een signaal van verziendheid is dat men al vroeg last krijgt met
het lezen van een boek of regelmatig hoofdpijn heeft. Door het toepassen van
positieve brillenglazen of contactlenzen worden de lichtstralen sterker gebroken
en valt het beeld weer op het netvlies. Op de animatie kunt u zien dat het snijpunt
van de lichtstralen achter het netvlies valt. Ook hier ziet u op de foto wat
het effect is: het bord op de voorgrond is nu onscherp terwijl hier de achtergrond
wel scherp is.
ASTIGMATISME
Bij astigmatisme wordt geen brandpunt gevormd, maar ontstaan brandlijnen. Dit
heeft tot gevolg dat beelden vervormen en een vierkant bijvoorbeeld een rechthoek
wordt. Astigmatisme kan zowel in combinatie met bijziendheid als verziendheid
voorkomen. Cilindrische brillenglazen of contactlenzen kunnen astigmatisme corrigeren.
OUDERDOMSVERZIENDHEID (PRESBYOPIE)
Er wordt soms wat lacherig over gedaan, maar iedereen tussen de 40 en 50 jaar
krijgt moeite met lezen. Dat is heel normaal.
Boeken en kranten
moeten steeds verder van de ogen vandaan worden gehouden om de kleine lettertjes
nog goed te kunnen lezen. Er is dan sprake van zogenoemde ouderdomsverziendheid,
ook wel presbyopie genoemd. In de loop der jaren neemt het accommodatievermogen
af en kan de lens zich niet meer voldoende bol maken om dichtbij scherp te stellen.
In dat geval biedt een leesbril met plussterkte uitkomst om weer ontspannen
te kunnen lezen. Aangezien het vermogen om te accommoderen tot een jaar of 65
blijft teruglopen, is een regelmatige bijstelling van de sterkte noodzakelijk.
MEDISCHE OOGPROBLEMEN
Er kunnen ook problemen met de ogen ontstaan die een medische oorzaak hebben.
Een drietal medische oogproblemen die vooral bij ouderen voorkomen zijn staar,
glaucoom en degeneratie van de gele vlek.
STAAR (CATARACT)
Staar, ook wel grauwe staar of cataract genoemd, is een vertroebeling van de
ooglens, waardoor het zicht steeds waziger wordt. Tegenwoordig kan men zo'n
troebele lens operatief verwijderen. Aangezien de ooglens een zekere sterkte
had, moet deze worden vervangen door een sterk positief brillenglas, een positieve
contactlens of een kunststof lensje dat op de oorspronkelijke plaats van de
ooglens wordt aangebracht.
GLAUCOOM
Glaucoom heeft een heel andere oorzaak. Hierbij staat de oogbol van binnenuit
teveel onder druk, waardoor het netvlies wordt beschadigd en het gezichtsvermogen
wordt aangetast. Het is verstandig om regelmatig de oogdruk te laten meten door
een optometrist, want in een vroeg stadium kan glaucoom succesvol worden behandeld
met oogdruppels. Is het resultaat van die druppels niet voldoende, dan kan een
laserbehandeling of chirurgie volgen.
DEGENERATIE VAN DE GELE VLEK (MACULADEGENERATIE)
Degeneratie van de gele vlek komt bijna uitsluitend voor op hogere leeftijd
(boven de 60 of 70 jaar). Deze aandoening kenmerkt zich door het slechter worden
van het centrale zien, waarbij het in veel gevallen lijkt alsof het beeld golft
of beweegt. De oorzaak is een slijtage van de gele vlek (macula). Soms kan een
laserbehandeling de achteruitgang tijdelijk tot stilstand brengen.
All rights reserved
© 1997-1998 Stichting Beter Zien